|
Walcheren is een landstreek en een schiereiland in het westen
van de provincie Zeeland en bestaat uit de drie gemeenten
Middelburg, Veere en Vlissingen. Walcheren wordt omsloten door
de Noordzee, de Westerschelde, en het Veerse Meer.
Het voormalig eiland Walcheren is heden ten dage een
voortzetting van het schiereiland Zuid-Beveland. Walcheren telt
bijna 115.000 inwoners op een oppervlakte van 216 km² en is
daarmee het dichtstbevolkte eiland van Zeeland.
Ligging
Walcheren is een
overwegend landelijke regio. De twee grootste plaatsen op het
eiland zijn Vlissingen en Middelburg, deze steden vormen samen
een stadsgewest. Ten noorden van Middelburg ligt het historische
stadje Veere aan het Veerse Meer. Het grootste dorp van
Walcheren is Koudekerke dat zich ten westen van Vlissingen en
Middelburg bevindt met 3500 inwoners, eigenlijk is Oost-Souburg
het grootste dorp van Walcheren met 10.500 inwoners maar dit
dorp wordt vaak als agglomeratie van Vlissingen meegerekend.
Walcheren telt diverse badplaatsen, waarvan Domburg wellicht de
bekendste is. Andere badplaatsen zijn Zoutelande, Dishoek,
Westkapelle, Oostkapelle en Vrouwenpolder.
Sinds 1 januari 1997 is Walcheren verdeeld in drie gemeenten:
Middelburg, Veere en Vlissingen.
De belangrijkste
verbindingsweg is de A58 van Eindhoven naar Vlissingen.
Vlissingen is tevens het eindpunt van de spoorlijn Roosendaal –
Vlissingen (Zeeuwse Lijn).
De veerpont (fiets/voetveer) die naar Breskens vaart, vervoert
tegenwoordig geen auto's meer. De verbinding naar
Zeeuws-Vlaanderen verloopt nu via de Westerscheldetunnel.
Geschiedenis
Romeinse tijd
Walcheren was al in
de Romeinse tijd een bewoond gebied, met Domburg als belangrijke
handelsplaats. De vermoedelijke naam van Domburg was in die tijd
Walichrum, wat de oorsprong van de naam Walcheren verklaart. In
1647 zijn resten gevonden van een aan de godin Nehalennia
gewijde tempel. Er werden ook altaren gevon den.
Die werden door kooplieden aan de godin opgedragen, uit
dankbaarheid voor hun behouden overtocht.
In de 3e en 4e eeuw overstroomde een groot deel van Zeeland en
het gebied bleef zo goed als onbewoond.
Middeleeuwen
In de negende eeuw
worden ringwalburgen aangelegd ter bescherming tegen invallen
van Noormannen bij de plaatsen Middelburg, Domburg (de duinburg)
en Oost-Souburg (de zuidburg). De plaatsnamen herinneren hier
nog aan. De aarden burg van Oost-Souburg is gerestaureerd, de
burg van Middelburg is nog te herkennen in het stratenplan.
Boeren in het nog niet ingepolderde gebied werpen kleine
heuveltjes (terpen) op ter bescherming tegen overstromingen. In
1014 wordt het gebied getroffen door de stormvloed van 1014.
Vanaf de 11 eeuw wordt Zeeland stukje bij beetje ingepolderd
door monniken uit Vlaanderen waardoor steeds minder land
overstroomt. De vruchtbare Zeeuwse klei is zeer geschikt voor
landbouw, en de welvaart in het gebied neemt toe dankzij de
handel overzee. Vanaf de twaalfde eeuw verschijnen dorpen en
steden. Vanwege de goede bereikbaarheid over zee neemt het
belang van steden als Middelburg, Veere en Vlissingen vanaf de
14e eeuw snel toe.
De zestiende en zeventiende eeuw
De zestiende eeuw
was een in historisch opzicht interessante tijd, waarin
Walcheren naast goede tijden ook slechte tijden kende. Tijdens
de Tachtigjarige Oorlog was het gebied vaak bij
oorlogshandelingen betrokken. Daarnaast kende het gebied ook
overstromingen, waaronder de Allerheiligenvloed van 1570.
De achttiende en negentiende eeuw
Dit is een periode
van teruglopende welvaart. De economie stagneert, met
uitzondering van de landbouw. Van 30 juli tot 10 december 1809
vindt de Britse Expeditie naar Walcheren plaats in een mislukte
poging om de haven van Antwerpen te veroveren op de Fransen
tijdens de Vijfde Coalitieoorlog tegen Napoleon.
In 1872 werd de spoorlijn van Zuid-Beveland doorgetrokken naar
Vlissingen. Daarvoor werd tussen Zuid-Beveland en Walcheren de
Sloedam aangelegd. Sedert dat moment is Walcheren een
schiereiland.
De Tweede Wereldoorlog - Festung Walcheren
Omdat de Duitsers
aannamen, dat er een grote aanval op Walcheren kon komen,
veranderden zij het toenmalige eiland in een vesting, die
Festung Walcheren noemden. Hier bouwden zijn ongeveer 200 of
meer bunkers (het juiste aantal staat anno 2011 nog ter
discussie) en richtten er 16 zware kustbatterijen in van
Vlissingen tot Domburg, waarmee zij de gehele monding van de
Westerschelde bestreken, als onderdeel van de Atlantikwall. Aan
de oostzijde van Walcheren bij de Sloedam bouwden zij het
zogenaamde Landfront, een zware verdedigingslinie van 38 bunkers
met een tankgracht van 11 km. Dit Landfront is sinds 2011 via
een speciaal aangelegde fietsroute te bezichtigen (voor welk
doel een aantal bunkers is opgeknapt) - er zijn nog 27 bunkers
over, waarmee het Landfront Walcheren de best bewaarde en tevens
grootste Duitse stelling van Nederland is[1]. Er zijn anno 2011
diverse organisaties die zich bezighouden met de studie of het
behoud van deze bunkers.
Na de landing in Normandië in juni 1944, rukten de geallieerden
snel op richting de Nederlandse grens. In september werden de
zuidelijke provincies bevrijd, inclusief Zeeuws-Vlaanderen. De
mislukking van de Operatie Market Garden maakte een voorlopig
einde aan de opmars.
Ook op Walcheren heersten de Duitsers nog, en beheersten zo de
toegangsweg tot de havenstad Antwerpen. Maar het geallieerde
leger had een grote aanvoerhaven nodig: de havens in Normandië
waren te beperkt en te ver.
Om de 83 kilometer lange toegangsweg naar Antwerpen open te
stellen was Walcheren nodig. Maar de sterke Duitse verdediging
maakte een landing hier een hachelijke zaak. Pogingen om via de
Sloedam aan te vallen mislukten aanvankelijk en kostten met name
de Canadezen grote verliezen.
Daarom bombardeerden de geallieerden op 3 oktober de dijken van
Walcheren op vier plaatsen, o.a. bij het dorpje Westkapelle.
Ondanks waarschuwingen aan de bevolking met strooibiljetten (die
in onbegrijpelijke, veel te academische taal waren geformuleerd),
op 2 oktober, vond en
180 inwoners van Westkapelle de dood; ook werden zeshonderd van
de 650 woonhuizen vernietigd. De dijken bij Vlissingen en Veere
werden ook gebombardeerd, en op 17 oktober werd Westkapelle
opnieuw bestookt om het gat in de dijk te vergroten en verdiepen.
Walcheren kwam hierdoor onder water te staan, met als doel om zo
de Duitse verdediging te ontregelen ter voorbereiding op een
aanval vanuit zee.
Op 1 november gingen in Westkapelle en Vlissingen voornamelijk
Britse en Noorse via landingen uit zee met landingsvaartuigen en
speciale amfibische voertuigen (Weasels
en Buffalo's) troepen aan land, en na hevige gevechten was
Walcheren op 8 november 1944 vrij. Walcheren is hiermee naast
Normandië de enige plek waar de Duitse Atlantikwall doorbroken
werd.
De
Watersnood
In de nacht van 31
januari op 1 februari 1953 werd Zeeland getroffen door de
watersnood. Walcheren bleef nu goeddeels gevrijwaard van
overstromingen. Om een dergelijke ramp in de toekomst te
voorkomen, werden vanaf 1958 de Deltawerken uitgevoerd. Een
neveneffect hiervan was dat de verbindingen met de rest van
Nederland aanzienlijk werden verbeterd.
De
Deltawerken
De Veerse Gatdam uit
1961, een onderdeel van de Deltawerken, verbindt Walcheren met
Noord-Beveland. Het vroegere Veerse Gat heet tegenwoordig Veerse
Meer en is een populair watersportgebied dat veel toeristen
trekt.
De haven van de stad Veere is door de aanleg van de Veerse
Gatdam niet meer met de zee verbonden, waardoor de vissersvloot
van Veere moest uitwijken. De kustlijn is echter door de aanleg
van de dam aanzienlijk verkort, wat het gevaar voor overstroming
van Walcheren flink vermindert.
|